We hebben 2123 gasten en geen leden online

Direct contact:  (073) 751 36 42

De Wijze Vrouw

Jij en ik in een bootje

Posted in De Wijze Vrouw , Jij en ik in een bootje on zaterdag, 29 augustus 2015.

Jij en ik in een bootje

Mijn God waar zijn we aan begonnen! Wanhopig zoeken mijn ogen die van mijn man, die aan de andere kant van de boot zit, onze zoon op zijn schoot. Ik zie aan zijn blik dat hij precies hetzelfde denkt.
Ik heb honger en dorst. Het kleine beetje eten en drinken dat ik heb kunnen meenemen, is voor mijn kinderen, met hele kleine beetjes.
Gelukkig slaapt mijn kleine meiske even in de bescherming van mijn armen. Ik zou willen gaan verzitten want mijn hele lijf doet pijn van de verkrampte houding waar ik nu al dagen in zit en waarin ik zelfs moet proberen te slapen. Voor zover dat kan, want de deinende golven slingeren de boot heftig op en neer en dat vind mijn maag alles behalve prettig. Maar ik durf mijn houding niet te veranderen uit angst dat ze wakker wordt.

Mijn leven in mijn dorp was altijd goed geweest. Het is het enige leven dat ik ken. Voor onze maatstaven hadden we wat we nodig hadden. En als ik daar nu aan terugdenk was dat pure luxe, want nu hebben we niks meer, alleen elkaar. En ook dat is onzeker want we zijn er nog niet. Een ander gezin uit mijn dorp zit ook hier op de boot en hun zoontje van acht is gisteren gestorven. Er ontstond onenigheid want er werd geopperd hem een zeemansgraf te geven, maar zijn moeder kan hem nog niet loslaten. Ze zit haar dode kind te wiegen alsof hij slaapt. Ze zal hem los moeten laten als de stank gaat overheersen, maar daar wil ik niet aan denken.

We hebben er lang over gepraat mijn man en ik, wat we moesten doen.
Blijven was eigenlijk geen optie, het geweld rukt op en komt steeds dichter bij mijn dorp. Wat de toekomst zou gaan brengen wisten we ook niet. Waar moet je heen, waar is het veilig, waar komen we terecht? Vragen waar ik nog steeds geen antwoord op heb. Het enige dat ik weet is dat ik alles op alles moet zetten om mijn kinderen in een veilige omgeving op te laten groeien, zonder angst voor geweld.

Nee, blijven was geen optie. Ook al zouden we het geweld overleven, het tekent je voor je leven. De verhalen die ik heb gehoord van overlevenden van de aanvallen en gruwelijkheden krijg ik niet uit mijn hoofd, en dan heb ik ze niet eens zelf meegemaakt.

Via via kwam mijn man in contact met iemand die ons zou kunnen helpen. We hebben al ons bezit bij elkaar geschraapt om hem te kunnen betalen.
We hebben onze tas gepakt met de eerst noodzakelijke zaken, zoals wat eten en drinken, wat kleding, en een telefoon,om toch op zijn minst contact te kunnen zoeken met de achtergebleven familie als we ergens veilig zijn aangekomen.

Tja en dan afscheid moeten nemen van onze ouders die te oud zijn om mee te gaan, mijn God mijn hart is gebroken. Hen achter te moeten laten in de wetenschap dat ik ze waarschijnlijk nooit meer zal zien. Zolang de oorlog woedt kan en wil ik niet terug, en als hij ooit eens voorbij zal zijn, is het nog maar de vraag of zij het overleefd hebben.....

Dagen hebben we gelopen op weg naar de plek waar we aan boord konden. Mijn lijf doet overal zeer, mijn voeten zijn kapot, maar ik heb alleen de schoenen bij me die ik draag. Ik heb ook niks bij me om de wonden te verzorgen.

Voor de kinderen is het ook teveel, dus mijn man en ik dragen hen door het onherbergzame landschap waar ze zelf niet kunnen lopen. En natuurlijk doe je als moeder en vader je best om je moedeloosheid niet te laten zien. Naar de kinderen toe hou je de moed erin, want dat doe je als ouders. Ook als je je afvraagt waar je in hemelsnaam aan begonnen bent.
De nachten waren het ergst. Het zoeken van een plekje dat geschikt was viel niet mee. Slapen op de grond, tussen wat struikjes zonder verdere beschutting, leg dat maar eens uit aan je kinderen. Ach mijn kinderen, wat heb ik ze aangedaan? En wat had ik ze aangedaan als we waren gebleven?

Na een voetreis van enkele dagen kwamen we dan toch eindelijk bij de opstapplaats. We hadden het ergste gehad. Dacht ik.
Er hadden zich nog meer mensen verzameld, gezinnen vooral. Mijn ogen kruisten die van andere moeders en onze blikken begrepen elkaar. We waren bang of dit wel goed ging komen, bang of de boot het wel zouden houden, bang of er wel plek was voor iedereen, bang voor de hoge golven en wat die met dat nietige bootje konden doen. We begrepen elkaar zonder een woord. Het had ook geen zin om angsten uit te spreken, er was simpelweg geen weg terug.

Schoorvoetend gingen we aan boord. Dat moest ik al snel opzij zetten om een plekje voor mijn dochtertje en mij te bemachtigen. Na veel gedrang lukte het me, en ik zag mijn man aan de andere kant met onze zoon.

Zucht, zo we zijn er allemaal en we hebben een plekje.
Zo begon de reis over water die nu al dagen duurt. Ik hoop dat we heelhuids aankomen. Eergisteren zagen we een andere boot dezelfde route varen. Ook overvol natuurlijk. Voor mijn ogen zag ik die boot omslaan. Gillende mensen aan boord, overboord. Ik was als aan de grond genageld. Onze boot was ter ver weg voor zover er iemand bij was die kon zwemmen.
Gelukkig maar, want nog meer mensen zou dit bootje ook niet aankunnen.

En tegelijkertijd huilen mijn ogen tranen om wat ik voor mijn ogen zie gebeuren. Dit kan toch niet! Waarom is er geen hulp van andere landen, zodat we niet massaal op de vlucht hoeven.

Ik heb het gezicht van mijn kleine meisje afgewend toen het gebeurde, en zag mijn man hetzelfde doen bij onze zoon. Ongetwijfeld hebben ze toch wel het een en ander meegekregen van het gegil en de paniek die daar op die ander boot uitbrak.

Ik staar naar het water dat er troebel uitziet door mijn met tranen gevulde ogen als iemand roept dat er land in zicht is.

Heel in de verte ontwaar ik een dun streepje aan de horizon. Gelukkig, nog even volhouden dan zijn we gered.
Ik weet niet eens welk land ik zie. Dat kan me ook helemaal niet schelen. Ik zie veiligheid voor mijn kinderen en mijn man en mezelf. Een land zonder oorlogsgeweld en gruwelijkheden. Ik zie een dak boven mijn hoofd, een bed en eten. En rust en veiligheid, voordat veiligheid. Ik dank God op mijn blote knieën als we eindelijk voet aan land zetten.

Opluchting, blijheid. En dan ontlading. Ontlading van de angsten, ontlading van het afzien, ontlading van de onzekerheid. Ik kan niet stoppen met huilen. "We zijn veilig", fluistert mijn man me toe. We hebben het gehaald, voor onze kinderen, voor onszelf. Het is niet voor niets geweest.

We worden allemaal naar een plek gebracht met tenten. Langs de kant staan mensen te roepen in een taal die ik niet ken. Ze hebben borden in hun handen met teksten erop. Ik weet niet wat erop staat.
Zouden ze ons welkom heten?

We worden voorgesteld aan iemand die het tentenkamp leidt. Hij spreekt onze taal en die van de mensen met de borden.

Ik vraag hem wat er op de borden staat?
"Ga naar huis gelukszoekers", "Terug de zee op", "Jullie zijn niet welkom hier". Ik voel mezelf draaierig worden, en zak in elkaar........................

Met een schok kom ik tot mijn positieven van de stem van mijn man. "Hier een kopje koffie om wakker te worden"

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast U kunt hieronder inloggen

"Iedereen is anders, met andere behoeften en/of belangen. Daarmee is niet gezegd dat het één beter is dan het ander. Het is gewoon anders Karin

Meer nieuws, bezieling en inspiratie

GRATIS ontvangen

Met één druk op de knop aan- en afmelden

Omdat je niet altijd in dezelfde stemming bent, en omdat de ene kleur je misschien meer aanspreekt dan de andere, vind je hier naast mijn persoonlijke voorkeur ook wat andere kleurtjes. Hopelijk zit er een kleur tussen waarbij jij je op dit moment prettig voelt. 

×